4
Biodiversiteit
5
4
Hittestress
5
4
Hittestress
5
4
5
4
Fijnstof
5
4

Swipe naar links

Biodiversiteit

Behoud is goed voor mens en natuur!
Het groen in de stad, dorp en buitengebied maakt deel uit van onze biodiversiteit. Deze neemt wereldwijd af door toenemende verstedelijking, bevolkingsgroei en intensivering van de landbouw.
Het beschikbare groen fungeert als een toevluchtsoord voor een deel van de biodiversiteit. We vergeten echter vaak dat het tevens een basis vormt voor veel nuttige baten aan ecosysteemdiensten.
Baten op het gebied van klimaat in de stad, verbetering van de luchtkwaliteit en waterhuishouding. Een niet te onderschatten bijdrage van biodiversiteit is tevens het positieve effect op leven en welzijn van alle bewoners in de stad.

Met Groen Als Een Service (GAES) maken we de waarden en baten van het groen inzichtelijk aan de hand van real time Data, Big Data analyse in combinatie met heel veel vakkennis van groen en bomen.

Aan de hand van 5 ecosysteem-diensten geeft GAES invulling aan het ecosysteem Biodiversiteit:

1.Bodemvruchtbaarheid
2.Leefruimte planten en dieren
3.Streekeigen flora en fauna
4.Voedselvoorziening voor dieren, mensen en planten
5.Het vormen van netwerken voor planten en dieren.

Bodem-
vruchtbaarheid

Bodem vaak niet vruchtbaar genoeg
Een rijk bodemleven bevordert de omzetting van organisch materiaal. Hierdoor komen veel voedingsstoffen vrij voor de plantenwortels en dit is daarom essentieel voor de bodemvruchtbaarheid. Door deze te verbeteren realiseren we versnelde en duurzame groei van al het groen en met name onze bomen in de stad.

Verbeteren micro-organismen
Veel boomsoorten leven nauw samen met mycorrhiza’s en specifieke micro-organismen om te groeien (bron: Lang 2011). Helaas is er veel mis met de vruchtbaarheid van de bodem in onze steden.
Met GAES zorgen we voor een optimale bodemvruchtbaarheid. Door zorgvuldig monitoren en hier echt werk van te maken levert dit hele mooie en goede resultaten op. Dit maakt bomen en groen vitaler en beter bestand tegen de invloeden van de stad.

“Mycorrhiza’s en specifieke schimmelsoorten in samenwerking met bomen maakt de bodem vitaler en beter en bestand tegen droogte.” (bron: Fini 2011).

Leefruimte planten en dieren

Alles draait om de beleving van ruimte
Het creëren van leefruimte in de stad voor planten en dieren is essentieel voor de biodiversiteit. De exacte mechanismen hierbij zijn vaak nog onbekend. Er zijn echter studies die wijzen op het belang van met name het percentage bomen of bos in de stedelijke openbare ruimte (bron: Dallimer 2014).
Het mentale welzijn blijkt sterk gerelateerd aan het gemeten niveau van biodiversiteit (bron: Fuller 2007). Verrassender is dat ook de perceptie van mensen met betrekking tot biodiversiteit hier mee samenhangt (bron: Dallimer 2012).

Kennis vinden en toepassen
Met GAES gaan we nadrukkelijk aan de slag met deze kennis. We creëren zo mogelijkheden om de leefruimte te vergroten door het aanleggen van groene verbindingen. Zo realiseren we “Stepping Stones” richting het buitengebied en het gebruik van inheemse planten.

“In Berlijn leven inmiddels tweemaal zoveel vossen per m2 als in het Duitse bosgebied. Berlijn heeft stadsboswachters in dienst om de stadsbewoners voor te lichten over de omgang met de wilde dieren en informeert op een website.” (bron: Reichholf 2007).

Streekeigen flora en fauna

Herkenbaar groen
Streekeigen flora en fauna is essentieel voor de mate van biodiversiteit in onze steden. Het is net zo bepalend als de grootte van groene gebieden en de wijze van beheer.

Biodiversiteit is te stimuleren door hier gericht op te ontwerpen. Slim beheer in combinatie met streekeigen vegetaties helpen hier ook in mee! (bron: Beninde 2015).

Uniek beplantingsconcept
GAES maakt gebruik van een uitgekiend beplantingsprogramma. Gebaseerd op het 4-lagenmodel:

1.Bodem
2.Kruidenlaag
3.Heesterlaag
4.Bomen

Zo zorgen we er voor dat beplantingsgroepen elkaar maximaal ondersteunen, waar mogelijk versterken en biodiversiteit verhogen.

Op een inlandse Eik leven 423 soorten insecten en mijten. Op een geïntroduceerde Amerikaanse Eik leven 12 soorten insecten en mijten. (bron: Kennedy en Southwood)

Voedselvoorziening voor dieren, mensen en planten

Bestuivers goed voor 700 mln euro per jaar!
Bomen en groen vormen de belangrijkste voedselbron voor dieren. Een belangrijke groep in de voedselketen, de bestuivers, hebben het erg moeilijk door alle gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast helpen de monocultuur en klimaatverandering ook niet erg mee om zuinig te zijn op onze bestuivers.

GAES geeft ze de ruimte
Weinigen beseffen dat ze indirect een bijdrage leveren aan de Nederlandse economie van minimaal 700 miljoen per jaar in de fruit- en groenteteelt.
Met GAES zorgen we door het al elders beschreven beplantingsprogramma dat de biodiversiteit, onze voedselketen en voedselprogramma’s versterkt worden.

“Tijdens een driejarige studie in 2010 is berekend dat bestuivers jaarlijks 153 miljard euro bijdragen aan de wereldeconomie.” (bron: Verenigde Naties)

Netwerken voor planten en dieren

Herstel van biodiversiteit is noodzaak
In Nederland daalde de biodiversiteit van ongeveer 40% in 1900 tot ongeveer 15% in 2000. Ongekende cijfers die de Biodiversiteit uitdrukken in MSA: Mean Species Abundance.
In tegenstelling tot de ontwikkeling op het platteland zoals hierboven beschreven, is er meer natuur en biodiversiteit in de stad dan de meeste mensen verwachten.

Groene Stepping Stones
Het blijkt dat de structuur van de stad door een afwisseling van hoog- en laaggroen en rotsformaties in de vorm van gebouwen een diversiteit aan microklimaten bewerkstelligt.  Dit maakt een evenredige diversiteit aan flora en fauna mogelijk! (bron: Reichholf 2007).

Met de inzet van GAES versterken we de verschillende biotopen in de stad en verbinden die met het buitengebied, “Stepping Stones”, om biodiverse netwerken te creëren en te versterken.

“Naast de schaalvergroting en herverkaveling heeft de overbemesting van de agrarische gronden, die in Europa 50% tot 60% van het oppervlak uitmaken, tot een sterke terugloop van de soortendiversiteit geleid.” (bron: Reichholf 2007).